verhaal 123: een twee drie epiloog ?

Ruim 5 jaar geleden een zeearend in de buurt van Meppen, zo dichtbij Witteveen ! Enthousiast meteen een stukje in SenO geschreven, het toevallige begin van deze vaste column.

Na 50 verhalen bleek dat veel lezers de verhaaltjes met plezier lazen, derhalve met vrolijke verbazing door geschreven. Bij nummer 100 besloten om nog effe verder te tikken tot nummer 123. Deze mijlpaal is bereikt. Ongetwijfeld zijn er mensen die deze verhaaltjes oubollig, saai en papierverspilling vonden. Toch veel leuke reacties gehad. Terloops tijdens een ontmoeting in het bos, of het schreeuwend advies op de Smeengeweg, weer eens wat poep en pies. Een leuk kaartje in de brievenbus, zomaar een biertje tijdens een dorpsfeest. Onbetwist de leukste reactie betrof de twee panklare ganzen waarmee ik werd verrast na mijn gemopper op het overschot aan vooral nijlganzen.


Je moet er een boek van maken, een complimenteus advies. Echter de verhaaltjes zijn vluchtig en trouwens ook na te lezen op internet. Daarnaast veel spannender zijn de stukjes die de zelfcensuur niet zijn doorgekomen.

Mij gaf het schrijven de inspiratie om tijdens het fietsen verder te kijken en door te vragen. De bijen professor plat op zijn buik op de heide of een gesprek over vistrappen bij het Oude Diepje. Nog immer spijt dat ik ook niet zélf op de foto ben gegaan met twee beverratten, een mooie trofee als herinnering. Een man een man, een woord een woord… nummer 123 ligt voor U.

Heintje Davids

Vóór Arjan Robben had je Heintje Davids, geen voetballer maar zangeres, die in de vorige eeuw niet van ophouden wist, telkens kwam zij terug op haar besluit te stoppen totdat zij hoogbejaard in een geluidsdichte kist begraven werd.

Waarom dan nu al stoppen met de stukjes. Als je de fietsavonturen beschrijft, beleef je het meerdere malen, lekker herkauwen tijdens het schrijven en gniffelen bij de interne kwaliteitscontrole.

Wanneer dan wel stoppen ?

De wereldvoetballer wordt een kwetsbare prof, die af en toe nog een kunstje doet, maar vaker geblesseerd toekijkt om tenslotte aan een studiotafel altijd te vertellen dat alles vroeger beter was.

Wat eerst grappig werd gevonden wordt langzaam oubollig en platvloers, de onvermijdelijke herhaling...weer die ooievaar, weer een trappist, dat eeuwige gefiets.

De lezer eerst enthousiast, schudt meewarig met het hoofd. Malle, morsige man….hij gaat wel snel achteruit.

Tenslotte worden de autosleutels tijdens het tikken bij je weggehaald. Had men veel beter eerder kunnen doen, had twee totallosjes gescheeld.

Trouwens die autosleuteltjes kunnen mij wel gestolen worden zolang men het keukentrapje maar laat staan, opdat ik in ieder geval tot op hoge leeftijd op de fiets kan klauteren.

Zolang de redactie de stukjes plaatst, blijven de verhaaltjes komen, want er is altijd wat te vertellen over de tochten rond Witteveen en wijde omstreken. Zo heb ik in dit verhaal U niet verteld over de terugkeer van de ooievaar op het zelfbouwnest in ons bos. Ook niet geschreven over de mandarijn eend in de Middenraai. Of wat te denken van parende ringslangen op het Mantingerzand.